Biografie (1): de geschiedenis van de familie Jacobs

Familie Jacobs - waar is het allemaal begonnen?

Hermen J. Jacobs werd in 1887 geboren in ’s-Gravenhage. De stad waar hij ook opgroeide, de opleiding tot onderwijzer volgde en in het onderwijs werkzaam was.
In de jaren tachtig van de negentiende eeuw nam de industrialisatie in omvang sterk toe en de verstedelijking begon vorm te krijgen. Rondom de oude stadscentra verrezen de arbeiderswijken in snel tempo.
De arbeidsomstandigheden waren in die tijd schokkend: ‘werkperioden van soms 36 uur aaneengesloten, voor een schamel loon en met voortdurende angst voor ontslag, ernstige ongelukken door volstrekt onveilige situaties en het ontbreken van sociale voorzieningen bij arbeidsongeschiktheid of ouderdom.’(Swankhuijsen e.a., 2003, 15).

In een van die grote steden, ’s-Gravenhage, werd Hermen J. Jacobs geboren op 1 april 1887. Zijn vader stierf in 1892, toen Hermen vijf jaar oud was en zijn moeder had vervolgens de taak het gezin van vijf kinderen groot te brengen.
De vader van Hermen J. Jacobs kwam uit Voorst in Gelderland. Zijn moeder kwam uit Leiden, zij heette Siljee. Zij had een betrekking als ‘dienstmeisje’ bij de familie Schimmelpenninck van der Oye van der Poll tot de Nijenbeek in Den Haag.


Hermen J. Jacobs Sr. (1849 - 1892).
Landgoed "De Poll" in 1937.



In de zomer ging deze familie naar hun landgoed ‘De Poll’ in Voorst. Daar hebben de vader (Hermen J. Jacobs sr.) en de moeder van Hermen J. Jacobs elkaar ontmoet.
De vader van Hermen J. Jacobs werd door ‘gegoede burgers en adel’ ingehuurd als er een feest of een partijtje gegeven werd.
Hij was een zelfstandige met eigen personeel. Hij was dan verantwoordelijk voor de organisatie van de feestelijkheid.

Familie Jacobs - hoe verging het hen daarna?

Hermen J. Jacobs senior was veelgevraagd, mede omdat hij zo stipt was. Buitendien dronk hij geen alcohol. Zo verwierf hij zich in ’s-Gravenhage enige faam en werd hij veel gevraagd.
Van zijn spaargeld kon hij, met hypotheek bezwaard, enkele huisjes kopen die hij verhuurde.
Na zijn overlijden op 43-jarige leeftijd bleef de weduwe in ‘s-Gravenhage achter met vijf kleine kinderen. Zij kreeg ƒ 2,- per week toelage van de baronesse en had een agentschap van theehandel P.D. Schilte aan de Groenmarkt te Delft.
Daarnaast ontving zij 8x2,50 gulden per week aan huur. Haar vijf kinderen brachten de thee rond naar de klanten.

Hermen was de oudste zoon in dit gezin en mocht doorleren.
In 1901 deed hij toelatingsexamen voor de ´normaalschool voor onderwijzers´.
Jan Ligthart was aan deze school een van de docenten. Hermen J. Jacobs had op de opleiding tot onderwijzer Jo Brands leren kennen.
Zij was eveneens lid van de Haagse Kwekelingen Geheelonthoudersbond. Zij maakten trouwplannen. En op 13 september trouwt Hermen J. Jacobs met zijn vroegere studiegenootje Jo Brands.
Zij kregen vier kinderen. Hermen J. Jacobs en Jo Brands zouden hun hele leven, tot 1976, bij elkaar blijven.

Jo Brands (1890 - 1976).
De zussen Corrie en Riet met Hermen J. Jacobs in de kinderwagen.
De familie Jacobs.
Van links naar rechts: Hermen J. Jacobs, zijn tweelingzusje Corrie (overleden in 1925),
Jan (onderwijzer in ‘s-Gravenhage), moeder Jacobs-Siljee (1850-1942),
Gerard ( kapper in ‘s-Gravenhage) en Annie (filiaalhoudster Fongers
rijwielen te ’s-Gravenhage.


Herinneringen

De kleinzoons Robert en Paul Arlman hebben talrijke herinneringen aan hun grootvader.


Opa Boekenschrijver
Een van de bijnamen die hij van de kleinkinderen kreeg was opa-boekenschrijver. De studeer/werkkamer was voor de (klein-)kinderen vrij toegankelijk.
Vriend, collega en compagnon J.A. van Praagh kwam geregeld langs en werd Oom Jaap genoemd.
Kleinzoon Robert kreeg als kleine jongen (+/- 10 jaar) regelmatig de proefdruk van het Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs in de hand gedrukt met de vraag: "Haal jij er maar even de fouten uit."
Bij opa mocht je alle boeken lezen en lenen. Hij had een grote rij boeken met sagen en legenden uit verschillende landen.

Zorg
Op een avond kwam er een man, ongeveer 35 jaar. De meneer kwam met opa praten omdat hij geen goede baan kon vinden. Wat moest hij nu doen.
Opa heeft toen de hele avond, zeker twee uur, met hem zitten praten; hem uitgelegd dat ieder mens zijn beperkingen heeft en dat je binnen die beperkingen je bestaan moest opbouwen.

In de oorlogsjaren
Toen we ouder waren fietsten we naar boekhandel Vosse (‘De vijf vocalen’). Dat was een soort schuiladres waar post kwam.
Paul moest ook alleen post halen. Nog jarenlang heb ik van boekhandel Vosse korting gekregen.