Hermen J. Jacobs en de noodzaak van fondsvorming


De oprichting van een opleidingsinstituut was niet het enige ideaal van de Stichting voor Buitengewoon Onderwijs.
Op den duur zou de opleiding een plaats moeten krijgen in een samenwerkingsverband met een instelling voor hoger onderwijs.
Een centrum voor onderzoek, opleiding en dienstverlening aan het buitengewoon onderwijs was het ideaal.
Men besefte dat het aankwam op particulier initiatief en dat fondsvorming de enige garantie was voor continuïteit van de onderneming.
De secretaris-penningmeester van de stichting, Hermen J. Jacobs wees herhaalde malen op de noodzaak tot fondsvorming.
Op 28 september 1965 kreeg het fonds een officiële, zelfstandige status.
Een wens was in vervulling gegaan.



Waartoe leidde de pogingen tot fondsvorming?

Vervolg:
Erkenning van het steunfonds, dat al jaren binnen de Stichting voor Buitengewoon Onderwijs een kleine plaats innam. Vanaf dat moment was er een handelend bestuur met een eigen beleid. Het initiatief dat Hermen J. Jacobs destijds nam, bleek bijzonder positief in z'n uitwerking.
Het beginkapitaal van het fonds bedroeg fl 9.820,20. Dankzij het voeren van een weldoordacht beleid van de kant van het bestuur groeide dat startkapitaal uit tot een veelvoud van het oorspronkelijke bedrag. Vanaf de oprichting stond ook het Hermen J. Jacobsfonds de bevordering van een breed spectrum aan opleidingsmogelijkheden voor ogen. In dat kader moet bijvoorbeeld het initiatief gezien worden om toen ook een bijzondere leerstoel te stichten aan de Rijksuniversiteit te Utrecht voor 'de studie van de psychologie en pedagogiek van het afwijkende kind'.
Deze eerste bijzondere leerstoel werd verleend aan Prof. dr. W.E. Vliegenthart , die belangrijke bijdragen heeft geleverd aan de ontwikkeling van de orthopedagogiek.

De bittere noodzaak van een vakstudie Buitengewoon Onderwijs


Het werk van Hermen Jacobs voor de Stichting Buitengewoon Onderwijs verdient ruime belangstelling. Toen Hermen Jacobs bestuurslid werd (1933), liet de minister weten dat er in 1934 geen subsidie meer zou worden verstrekt aan de opleiding.
Aan Prof. Dr. Ph. Kohnstamm werd gevraagd zijn invloed aan te wenden om de subsidie of een gedeelte ervan te behouden. Al spoedig werd Hermen Jacobs secretaris en volgde daarmee P.H. Schreuder op. Kort daarop werd hem ook het penningmeesterschap toevertrouwd. Hermen Jacobs was niet alleen de man die zich in zijn vele bestuursfuncties inzette voor het gehandicapte kind en diens onderwijsvoorzieningen. Hij was bovenal ook een man van de praktijk. Als onderwijzer zocht hij steeds opnieuw naar verbeteringen in de didactiek voor het moeilijk lerende kind. Jacobs zelf heeft vele jaren geëxperimenteerd en in zijn lessen aan het Seminarium voor Orthopedagogiek daarover gedoceerd. In 1947 was er een eenmalige mogelijkheid om met vervroegd pensioen te gaan. Hermen Jacobs was toen zestig jaar en maakte van de mogelijkheid gebruik.




Ook na zijn pensionering heeft hij zich vooral op bestuurlijk niveau verdienstelijk gemaakt. Zo was hij bestuurslid van de Stichting Dr. Schreuder van der Kolk en hield zich in die functie bezig met de nazorg aan geestelijk gehandicapte volwassenen. In een huldigingswoord bij zijn afscheid als secretaris sprak de voorzitter over de pioniers van het BLO, waartoe hij naast Jacobs ook Schreuder, Schuijt, Van Riet, Webster en Van Praagh rekende:
'Zij begonnen niet met een theoretische opzet, maar verrichtten arbeid daar waar hun handen die arbeid vonden. En zij voelden behoefte aan contact, aan nadere precisering van hun beginselen en aan theoretische fundering ....'
Vandaar hun inzet. De stichter van het Hermen J. Jacobsfonds heeft grote betekenis gehad voor de ontwikkeling van de identiteit van het buitengewoon onderwijs in de periode 1920 - 1960. Hij is representatief voor het voortrekkersgilde van de eerste twee generaties. Daarom heeft het bestuur van het Hermen J. Jacobsfonds zijn persoon en werk in de schijnwerper willen plaatsen. Hijzelf zou dit allerminst hebben gewild.
Het werk van de Stichting voor Buitengewoon Onderwijs en van de uit haar gelederen voortgekomen Stichting Hermen J. Jacobsfonds moge in z'n achtergronden en motieven getekend zijn door voorgaande levensschets van Hermen J. Jacobs.

Hermen J. Jacobs (1887-1976)


Hermen Jacobs werd geboren te 's-Gravenhage op 1 april 1887. Hij werd onderwijzer aan de openbare school voor blo in de Teniersstraat en later aan de Hooftskade te Den Haag.
Vanaf 1933 was hij hoofd van de blo-school aan de Griftstraat. Het vak leerde hij van A. Broekhuysen en P.H. Schreuder, zij waren de pioniers van het eerste uur van het buitengewoon onderwijs.
In 1911 trouwde Hermen Jacobs met Johanna Elisabeth Willemina Brands.
Zij heeft zich van meet of aan geschaard achter de ideeën van haar man. Door haar toegewijde zorg voor haar gezin kon Hermen Jacobs het werk doen, waartoe hij zich vanuit zijn sociale bewogenheid geroepen voelde.
De school was voor hem geen eiland maar een leefgemeenschap. Van onderwijzers verwachtte hij dat zij zich in zouden zetten voor de leerlingen en hun milieu.
Volgens Jacobs is het de taak van iedere onderwijzer om tot herstel van het gewone leven te komen van kinderen en hun ouders. In feite gaf hij gestalte aan wat we nu een goed onderwijsvoorrangsbeleid zouden noemen.
Hermen Jacobs was vanaf 1935 secretaris-penningmeester van de Stichting voor Buitengewoon Onderwijs. Hij was een typische vertegenwoordiger van de tweede generatie pioniers.
Zij hebben in de periode 1915 tot 1950 het gezicht van het buitengewoon onderwijs in Nederland bepaald. Als persoon vertegenwoordigde Hermen Jacobs de typerende kenmerken van de onderwijzers uit die jaren.
Zelf was hij onderwijzer bij het buitengewoon onderwijs aan zwakzinnige kinderen. Door zijn inzet en beleid kan hij gezien worden als de primus inter pares van de onderwijzers in die tijd.
Terecht werd het in 1965 opgerichte Hermen J. JacobsFONDS naar hem genoemd.



Zelf leermiddelen ontwikkelen


Hermen Jacobs had gezien hoe Jan Ligthart , het hoofd van de lagere school in de Tullinghstraat in Den Haag zijn onderwijsprogramma afstemde op wat voor zijn leerlingen werkelijk belangrijk was.
Een praktische didactiek met het volle leven van alledag als leermiddel stond bij Ligthart centraal.
Dat sprak Hermen Jacobs met zijn sterke sociale bewogenheid en praktische zin bijzonder aan.
Je kon als leerkracht niet aan de zijlijn blijven staan, maar moest zelf je onderwijsmaterialen ontwikkelen.

De leermiddelen die hij ontwierp, wilde hij ook uitgeven.
Educatieve uitgeverijen waren echter niet geinteresseerd in zulke kleine oplagen en een beperkt afzetgebied.
Hermen Jacobs besloot daarom samen met zijn collega's Jaap van Praagh en Piet Linthorst tot de stichting van een leermiddelenfonds, de uitgeverij HAGA.
Ook in praktische zin was hij zijn tijd ver vooruit.

De betekenis van de uitgeverij HAGA


De uitgeverij HAGA heeft grote betekenis gehad voor de ontwikkeling van het buitengewoon onderwijs.
Het Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs (nu: Tijdschrift voor Orthopedagogiek) werd er uitgegeven.
Hermen J. Jacobs was tientallen jaren eindredacteur. Talloze boeken op het terrein van de orthodidactiek zagen het licht.
Het start kapitaal voor de uitgeverij werd door de oprichter zelf bij elkaar gebracht.
Dat kenmerkte de ondernemingsgeest van de leerkrachten uit het buitengewoon onderwijs in die jaren. Men wilde het buitengewoon onderwijs in de publieke belangstelling brengen.
De praktijkresultaten moesten wereldkundig gemaakt worden.
Zo ook in onze tijd wordt de juistheid van die visie keer op keer bevestigd.



Zorg voor geestelijk gehandicapten


De brede maatschappelijke orientatie van Hermen Jacobs vinden we ook terug in zijn werk voor de geestelijk gehandicapte kinderen.
Jarenlang was hij secretaris van de Centrale Vereniging voor Gezondheidskolonies voor Zwakzinnigen.
In 1903 had de Vereniging Zorg voor het Achterlijke Kind te Den Haag gepoogd leerlingen van bet buitengewoon onderwijs in bestaande vakantiekoloniehuizen onder te brengen.

Dit lukte niet, zwakzinnige kinderen hoorden daar niet thuis, aldus de publieke opinie.
Mede op initiatief van de Vereniging van Onderwijzers en Artsen bij het BLO (het voormalige O en A) werd te Utrecht in 1910 de Centrale Vereniging voor Gezondheidskolonies voor Zwakzinnigen opgericht.
Op de heide bij Ede verrees een klein vakantiehuis. Onderwijzers uit Rotterdam, Den Haag en Amsterdam brachten er regelmatig met hun klas en gezin de zomervakantie door.

In de meeste gevallen verzorgden de echtgenotes dan de maaltijden.
Al snel werd de behuizing te klein en werd het complex met twee gebouwen uitgebreid. De vakantiekolonie voldeed daarmee aan de meest moderne eisen van die tijd.
Hermen Jacobs heeft zich bijzonder ingespannen om vanuit zijn Haagse vereniging dit werk verder uit te bouwen.