De levensloop van Hermen J. en de
geschiedenis van de familie Jacobs
Familie Jacobs - waar is het allemaal begonnen?
Hermen J. Jacobs werd in 1887 geboren in ’s-Gravenhage. De stad waar hij ook opgroeide, de opleiding tot onderwijzer volgde en in het onderwijs werkzaam was.
In de jaren tachtig van de negentiende eeuw nam de industrialisatie in omvang sterk toe en de verstedelijking begon vorm te krijgen. Rondom de oude stadscentra verrezen de arbeiderswijken in snel tempo.
De arbeidsomstandigheden waren in die tijd schokkend: ‘werkperioden van soms 36 uur aaneengesloten, voor een schamel loon en met voortdurende angst voor ontslag, ernstige ongelukken door volstrekt onveilige situaties en het ontbreken van sociale voorzieningen bij arbeidsongeschiktheid of ouderdom.’(Swankhuijsen e.a., 2003, 15).
In een van die grote steden, ’s-Gravenhage, werd Hermen J. Jacobs geboren op 1 april 1887. Zijn vader stierf in 1892, toen Hermen vijf jaar oud was en zijn moeder had vervolgens de taak het gezin van vijf kinderen groot te brengen.
De vader van Hermen J. Jacobs kwam uit Voorst in Gelderland. Zijn moeder kwam uit Leiden, zij heette Siljee. Zij had een betrekking als ‘dienstmeisje’ bij de familie Schimmelpenninck van der Oye van der Poll tot de Nijenbeek in Den Haag.
Hermen J. Jacobs Sr.
(1849 - 1892).
Landgoed "De Poll" in 1937.
In de zomer ging deze familie naar hun landgoed ‘De Poll’ in Voorst.
Daar hebben de vader (Hermen J. Jacobs sr.) en de moeder van Hermen J. Jacobs elkaar ontmoet.
De vader van Hermen J. Jacobs werd door ‘gegoede burgers en adel’
ingehuurd als er een feest of een partijtje gegeven werd.
Hij was een zelfstandige met eigen personeel. Hij was dan verantwoordelijk voor de organisatie van de feestelijkheid.
Familie Jacobs - hoe verging het hen daarna?
Hermen J. Jacobs senior was veelgevraagd, mede omdat hij zo stipt was. Buitendien dronk hij geen alcohol. Zo verwierf hij zich in ’s-Gravenhage enige faam en werd hij veel gevraagd.
Van zijn spaargeld kon hij, met hypotheek bezwaard, enkele huisjes kopen die hij verhuurde.
Na zijn overlijden op 43-jarige leeftijd bleef de weduwe in ‘s-Gravenhage achter met vijf kleine kinderen. Zij kreeg ƒ 2,- per week toelage van de baronesse en had een agentschap van theehandel P.D. Schilte aan de Groenmarkt te Delft.
Daarnaast ontving zij 8x2,50 gulden per week aan huur. Haar vijf kinderen brachten de thee rond naar de klanten.
Hermen was de oudste zoon in dit gezin en mocht doorleren.
In 1901 deed hij toelatingsexamen voor de ´normaalschool voor onderwijzers´.
Jan Ligthart was aan deze school een van de docenten. Hermen J. Jacobs had op de opleiding tot onderwijzer Jo Brands leren kennen.
Zij was eveneens lid van de Haagse Kwekelingen Geheelonthoudersbond. Zij maakten trouwplannen. En op 13 september trouwt Hermen J. Jacobs met zijn vroegere studiegenootje Jo Brands.
Zij kregen vier kinderen. Hermen J. Jacobs en Jo Brands zouden hun hele leven, tot 1976, bij elkaar blijven.

Jo Brands (1890 - 1976).
De zussen Corrie en Riet met
Hermen J. Jacobs in de kinderwagen.

De familie Jacobs.
Van links naar rechts: Hermen J. Jacobs, zijn tweelingzusje Corrie (overleden in 1925),
Jan (onderwijzer in ‘s-Gravenhage), moeder Jacobs-Siljee (1850-1942),
Gerard ( kapper in ‘s-Gravenhage) en Annie (filiaalhoudster Fongers
rijwielen te ’s-Gravenhage).
Herinneringen
De kleinzoons Robert en Paul Arlman hebben talrijke herinneringen aan hun grootvader.


Opa Boekenschrijver
Een van de bijnamen die hij van de kleinkinderen kreeg was opa-boekenschrijver. De studeer/werkkamer was voor de (klein-)kinderen vrij toegankelijk.
Vriend, collega en compagnon J.A. van Praagh kwam geregeld langs en werd Oom Jaap genoemd.
Kleinzoon Robert kreeg als kleine jongen (+/- 10 jaar) regelmatig de
proefdruk van het Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs in de hand gedrukt met de vraag: "Haal jij er maar even de fouten uit."
Bij opa mocht je alle boeken lezen en lenen. Hij had een grote rij boeken met sagen en legenden uit verschillende landen.
Zorg
Op een avond kwam er een man, ongeveer 35 jaar. De meneer kwam met opa praten omdat hij geen goede baan kon vinden. Wat moest hij nu doen.
Opa heeft toen de hele avond, zeker twee uur, met hem zitten praten; hem
uitgelegd dat ieder mens zijn beperkingen heeft en dat je binnen die beperkingen je bestaan moest opbouwen.
In de oorlogsjaren
Toen we ouder waren fietsten we naar boekhandel Vosse (‘De vijf vocalen’). Dat was een soort schuiladres waar post kwam.
Paul moest ook alleen post halen. Nog jarenlang heb ik van boekhandel Vosse korting gekregen.
Familie Jacobs - Nog veel meer herinneringen
Opa Beer
Hij was eerlijk; ook naar zijn kinderen. Geen van de kinderen werd bevoordeeld. Opa en oma hadden drie kinderen.
Eens had hij een kwartje gevonden. Ieder van de kinderen kreeg een dubbeltje. Opa had ook de bijnaam Opa Beer.
‘Wij logeerden er vaak en toen ik klein was, was er ook een pluche beer in huis. Dat moet begin jaren vijftig zijn geweest. Sindsdien noemden we onze grootouders oma en opa Beer.
Wij logeerden er. We waren ongeveer zes jaar. We mochten alleen met de trein naar huis. Dat was Bussum. Opa bracht ons naar het station. En daar gingen we alleen met de trein.
Pas veel later hoorden we dat onze vader ook in de trein zat.
Hij dronk nooit, maar roken deed hij des te meer. Hij rookte tot z’n dood als een ketter.
Bij een verjaardag of andere bijzondere gelegenheid kreeg hij wel een doosje sigaren verpakt in cadeaupapier.
Aan de buitenkant van het cadeau kon hij dan al zien wat er in het pakje zat ‘oh, dat is een Uiltje’ of ‘dat is een Willem’!

Hermen J. Jacobs en Jo Brands.

Hermen J. Jacobs en zijn vrouw met de oudste
achterkleinkinderen
Verenigingsleven en meer...
Verjaardag
Bij Hermen J. Jacobs was een stoel thuis waar de (klein) kinderen altijd op mochten klimmen. Dat werd de Klimopstoel genoemd. Bij een verjaardag zaten we in een kring, het was de jaren vijftig/zestig. Opa zat altijd in dezelfde stoel. Bij een verjaardag mocht je over de stoel en over opa klimmen.
Op een verjaardag werd er aangebeld. Er stond een jongen die kwam voor een ‘heitje voor een karweitje’. Opa zei ‘laat maar binnen komen’.
Hij zei tegen het jongetje: 'Dat is oma, die is jarig; feliciteer die maar'.
De jongen kreeg een kwartje en in zijn boekje schreef opa als werkje: ‘Oma feliciteren’. En toen kon die jongen weer gaan.
Paleisje Anna Paulowna
In 1971 ging ik werken op het ministerie van financiën. Ik heb toen een maand of vijf bij Hermen J. Jacobs in huis gewoond. Ik kwam op een dag thuis en vertelde aan grootvader dat mijn baas de kamers wilde moderniseren.
Opa zei: ‘daar zal je baas geen toestemming voor krijgen’.
‘Hoe weet je dat?’, vroeg ik hem.
Opa beschreef de kamers en vertelde dat het pand een historische waarde had. Hij had als klein jongetje gespeeld in het paleis van Anna Paulowna, zijn moeder was daar schoonmaakster.
Ik vertelde mijn baas dat hij de kamers niet mocht moderniseren. ‘Hoe weet jij dat nu, ik krijg het net te horen’, reageerde hij.
‘Omdat mijn opa dat gezegd heeft’, antwoordde ik.

Hermen J. Jacobs was lid van De Pioniers, de eerste
jeux de boules club in Nederland (’s-Gravenhage).
Hij was secretaris.

De klimopstoel.
Opa Beer.

Voorzijde van Paleis Kneuterdijk. In 1816 gekocht door Willem I en geschonken aan zijn zoon Willem II die er tot zijn kroning (1840) bleef wonen. Willem II trad in 1816 in het huwelijk met Anna Paulowna, dochter van Paul I van Rusland.
Andere bezigheden van de familie Jacobs
Reizen
Hermen J. Jacobs reisde graag en veel.
Diploma’s Hermen J. Jacobs was bijzonder handig.
Rechtsonder:
Een ‘erediploma’ uitgereikt door B. en W. te ‘s Gravenhage voor de trouwe dienst als ambtenaar bij de gemeentelijke geneeskundige- en gezondheidsdienst.

Vakantie 1923.
Herm. J. Jacobs met P. Linthorst en echtgenotes
op vakantie in Zwitserland

Het gezin Jacobs aan het pootje baden.
Favoriete vakantieplek van de fam. Jacobs: De heideblom te Emst.
BRONNEN:
R. en P. Arlman (z.j.). Verhalen van de kleinzonen.
Brandsma, J.G. (2013). Hermen J.Jacobs, pionier en strijdmakker binnen het buitengewoon onderwijs. Amersfoort: Agiel.
Swankhuijsen, M., K. Schweizer& A. Stoel. (2003). Bleekneusjes, vakantiekolonies in Nederland 1883-170. Bussum Toth.
Bymholt, B. (1976). Geschiedenis van de arbeidersbeweging in Nederland (1894). Amsterdam: Van Gennep.
De onderwijzersopleiding
Hermen J. Jacobs volgde zijn opleiding tot onderwijzer in ’s-Gravenhage. Veel van de aanstaande onderwijzers kwamen uit eenvoudige milieus. Dit omdat de opleiding goedkoop was en als maatschappelijke springplank kon dienen. Bovendien verstrekte de overheid er beurzen voor. Een gevolg was wel dat de status van het beroep laag bleef (Van Essen & Timmermans, 2007).
In ’s-Gravenhage had de bekende pedagoog Jan Ligthart naam gemaakt met zijn onderwijsaanpak. Vooral werd Jan Ligthart landelijk bekend om zijn zaakonderwijs volgens de methode Het volle leven. Volgens deze methodiek kregen de leerlingen uit de eerste drie klassen naast de verplichte vakken lezen, schrijven, rekenen en taal, les over de drie thema`s: woning, voeding en kleding. Doordat meer actieve leervormen in de plaats kwamen van de leraar kwam de leerling in het centrum van het onderwijs te staan. Jan Ligthart gaf ook les aan de opleidingsschool (pabo) in ’s-Gravenhage en daar had Hermen J. Jacobs voor het eerst kennis gemaakt met zijn ideeën. De methode van Ligthart stelde het kind centraal: onderwijs vanuit de alledaagse leefomgeving van de leerlingen. Door ‘ervarend te leren’ kon inzicht worden verkregen. Het rekenen diende realistisch te zijn en handvaardigheid moest een belangrijke plaats innemen bij het lesprogramma.
Deze aanpak van Jan Ligthart stond haaks op het toen gebruikelijke leerstofjaarklassensysteem.

Hermen J. Jacobs (midden achter) met zijn eerste klas.
Hij was toen nog kwekeling

Hermen J. Jacobs met 'zijn' klas.
Invloed van Jan Ligthart
Al deze kennis en ervaringen over het lesgeven aan ‘armenscholen’ en de inzichten die Jan Ligthart had ontwikkeld met betrekking tot methodiek en didaktiek zou hij meenemen in zijn verdere loopbaan. Ligthart en Hermen J. Jacobs bleven met elkaar in contact, persoonlijk en per brief. Tijdens de studie van Hermen tot onderwijzer werd de Haagse Kwekelingen Geheelonthoudersbond opgericht (1906). Deze Bond, afdeling van de Kwekelingen Geheel Onthouders Bond (K.G.O.B.), bestreed het drankmisbruik, oorzaak van veel maatschappelijke ellende en propageerde ‘de grote internationale fin de siécle-idealen van een nieuwe geestelijke elite. In de twintigste eeuw zou een zedelijke samenleving moeten ontstaan zonder armoede en ellende, het paradijs op aarde’ (Van Essen, 2006, 158).
Hermen J. Jacobs werd voorzitter van de Haagse afdeling en zijn studiegenoot, vriend en latere collega J.A. van Praagh werd penningmeester. De Haagse kweekelingenvereniging was zeer actief en organiseerde onder andere ‘uitjes’, onder meer wandeltochten. ‘Na afloop werd dikwijls bij Jaap van Praagh thee gedronken, onder gezellig gepraat of terwijl een van ons wat voorlas’ (Vereeniging van Ned. Kweekelingen en Oud-Kweekelingen, 1911, 28).
In 1910 ging Jaap van Praagh met een aantal studenten naar ‘Sunny-home’ een klein pension te Ede.

De meisjes sliepen binnen (bij het echtpaar); de jongens buiten in een tent.
Dit pension werd regelmatig door de Haagse studenten bezocht vanwege de
ligging en de verblijfsmogelijkheden.
Later zou dit pension het begin vormen van de vakantiekolonie
voor achterlijke kinderen.
Andere invloeden / Ietje Kooistra

W. Banning (1888 - 1971). K. Vorrink (1891 - 1955).
In hun hoedanigheid van voorzitter en penningmeester van de K.G.O.B. ontmoetten ze de socialistische voormannen W. Banning en ook K. Vorrink. Met hen werd gediscussieerd over een meer rechtvaardige samenleving. Rond de eeuwwisseling was het op de kweekscholen een roerige tijd. De kwekelingen organiseerden zich en brachten een eigen blad uit: Baknieuws. Dit Weekblad voor den Nederlandschen Kweekeling was een tijdschrift dat vanaf 1897 gedurende enkele jaren verscheen op de kweekscholen.
Theo Thijssen, kwekeling aan de Haarlemse
rijkskweekschool, was (mede-) initiatienemer en al snel werd dit blad onder alle
kweekscholen verspreid. Het weekblad associeerde zich met de idealen van het socialisme en werd door de directies
van de scholen als een grote bedreiging gezien. ‘Aan het einde van de negentiende eeuw stond deze
ideologie voor revolutionaire omverwerping van de bestaande orde,
klassenstrijd, afschaffen van het koningshuis, onteigening van alle bezit,
en de macht aan het proletariaat. Door Baknieuws, met andere woorden,
dreigde het gevaar dat de rijks kwekelingen geen plichtsgetrouwe
onderwijzers zouden worden maar strijdbare wereldhervormers, revolutionairen misschien zelfs wel’ (Van Essen, 2006, 142).
Van invloed op de jonge onderwijzers was de feministe en
pedagoge I. Kooistra. Haar boek ‘Zedelijke
Opvoeding’ werd vele malen herdrukt en op de opleidingsscholen werd het bestudeerd. Zij schrijft over de taak van de onderwijzer:
‘En hij begrijpt, dat de sociale toestanden hem niet
onverschillig mogen laten, al kunnen zij hem niet meer dan eene belangrijke
bijzaak worden, en in afwachting van blijvende verbeteringen en er naar strevend naar de mate
van zijne krachten, zal hij de liefdadigheid inroepen en zoo mogelijk zelf
het voorbeeld geven tot leniging van de nooden, die nog niet worden
weggenomen, en door de macht van voorbeeld en woord zal hij de ouders trachten wakker te schudden
uit de apathie der ellende, op te wekken tot gevoel van verantwoordelijkheid
jegens hunne kinderen. Dit alles zal hij doen als opvoeder, in ’t belang van
de kinderen, voor wier toekomst hij geroepen is te arbeiden’ (Kooistra, 1901, 25).
Invloed van de Kweekschool
Het beeld dat I. Kooistra schetst zullen we herkennen bij Hermen J. Jacobs. Verantwoordelijkheid nemen die verder gaat dat het klaslokaal: zelf een voorbeeld zijn en maatschappelijke misstanden bestrijden. Met de invloed van Jan Ligthart en Ietje Kooistra, de vele gesprekken met zijn studiegenoot Jaap van Praagh en zijn actieve rol in de K.G.O.B. ontwikkelde zich een sterk rechtvaardigheidsgevoel bij Hermen J. Jacobs. Hij zou in zijn loopbaan kiezen voor de meest kwetsbare groep in de samenleving: kinderen die geen (onderwijs-) kansen kregen.

1905: Toneelgroep Caecilia. Van de Haagse Kwekelingen geheelonthoudersbond.
De twee courantlezers: Hermen J. Jacobs en J. van Praagh.

Programmaboekje ter gelegenheid van het 5-jarig bestaan van de kwekelingenbond.
Hermen J. Jacobs en J. van Praagh spelen in het door Jan Ligthart geschreven toneelstuk mee.
De feestrede wordt gehouden door W. Banning.

Actief in zijn opleiding, voorzitter van de Haagse
Kwekelingen Geheelonthoudersbond opgericht en discussiërend met onder andere
Van Praagh, Bannink en Vorrink over een betere maatschappij werd Hermen J. Jacobs gevormd tot onderwijzer.
Hermen J. Jacobs abonneerde zich ook op Jonge Kracht; hij zou zijn hele leven geheelonthouder blijven.
BRONNEN:
Brandsma, J.G. (2013). Hermen J. Jacobs, pionier en strijdmakker binnen het buitengewoon onderwijs. Amersfoort: Agiel.
Brandsma, J.G. (2013). Hermen J. Jacobs (1887-1976). TvO,52; 604-617.
Essen, M. van (2006). Kwekeling tussen akte en ideaal. Amsterdam: Sun.
Essen, H.W. van en M.C. Timmermans (2007). Beter dan vroeger of terug bij af?
Een historische reflectie op het nieuw opleidingsparadigma van de pabo’. Pedagogische Studiën, 84; 224-232.
Kooistra, I. (1901). Zedelijke opvoeding. Groningen: J.B. Wolters.
Vereeniging van Ned. Kweekelingen en Oud-Kweekelingen (1911). Kweekelingen Almanak 1910. ’s-Gravenhage: Hermen J. Jacobs.
Vereeniging van Ned. Kweekelingen en Oud-Kweekelingen (1912). Kweekelingen Almanak 1911. ’s-Gravenhage: Jaap van Praagh.
's-Gravenhage
In ’s-Gravenhage volgde Hermen J. Jacobs de opleiding tot onderwijzer. Na het behalen van zijn onderwijsbevoegdheid werd Hermen tijdelijk onderwijzer aan de school aan de Hoefkade. In 1907 kreeg hij vervolgens een vaste aanstelling bij de Openbare Lagere School aan de Van Dijckstraat. Hij werd door Nawijn, hoofd van de Emmaschool te Paramaribo, gevraagd om daar te komen les geven. Deze periode wordt behandeld in de paragraaf Suriname. Na zijn Surinaamse periode werd Hermen J. Jacobs onderwijzer aan de school van P.H. Schreuder in Den Haag. Deze school werd ook wel aangeduid als ‘een inrichting voor onderwijs aan achterlijke en zenuwzwakke kinderen’. Deze school had een jaarsubsidie van 11.984,12 gulden en het onderwijzerssalaris was dat jaar 800 gulden. Er ontstond in het tweede decennium van de twintigste eeuw veel schoolverzuim als gevolg van ‘distributie-aangelegenheden’, de ‘kwaadaardige’ griepepidemie en ‘onvolledig personeel’. Menig schoolopziener sprak eveneens zijn ongerustheid uit over het gebrek aan papier in de school. De schoolopziener (inspecteur) in het district ’s Gravenhage schrijft in deze periode aan de minister: ‘De papiernood was oorzaak dat de lei, die gelukkiger wijze meer en meer in onbruik was geraakt, weer overal voor den dag werd gehaald. Aan verschillende scholen moest zelfs al het schriftelijk werk – soms tot schoonschrijven toe – in verscheidene klassen uitsluitend op de lei worden verricht. Schrijf -, taal- en stelonderwijs moesten hieronder wel ernstig lijden’ (Visser, 1921, 187).

Personeel Hooftskade,
tweede rechts (staand) Hermen J. Jacobs
en geheel rechts (staand) J.A. van Praagh.
P. H. Schreuder zit in het midden achter de tafel.
Het Buitengewoon Lager Onderwijs
In deze turbulente periode startte Hermen J. Jacobs zijn loopbaan in het Buitengewoon Lager Onderwijs (B.L.O.) in Den Haag aan de school van P.H. Schreuder. Het schoolteam van P.H. Schreuder, nam talrijke initiatieven en realiseerde het buitengewoon onderwijs zoals het bedoeld was: individueel, zoveel mogelijk op maat gesneden. Zo werd gebroken met het klassikale onderwijs en werkten de leerlingen ‘individueel aan de hen opgedragen taak’. Vanuit deze school werden o.a. de initiatieven genomen tot een vakopleiding voor het buitengewoon onderwijs, een eigen uitgeverij, een gezondheidskolonie en de mogelijkheden tot nazorg. Voor Hermen J. Jacobs was P.H. Schreuder een uitstekende leermeester en een inspirerend voorbeeld. In het ‘Verslag van den staat der Hooge, Middelbare en Lagere scholen in het Koninkrijk der Nederlanden over 1926-1927’dat Minister Waszink naar de Tweede kamer stuurde worden in bijlage F. deze initiatieven als volgt aangegeven: ‘De pogingen, waarover ik in het vorige verslag uitvoerig heb geschreven, om het onderwijs zoveel mogelijk aan te passen aan de geaardheid der leerlingen en anderzijds zooveel mogelijk te doen aansluiten aan de behoeften, die de maatschappij later aan de zwakzinnigen zal stellen, zijn in het afgeloopen jaar op sommige scholen met groote volharding voortgezet.
In het bijzonder kan ik in dit verband melding maken van
een proef, die door de heeren Schreuder, Jacobs en Linthorst op school B
voor buitengewoon onderwijs aan de Hooftskade te s Gravenhage is genomen.
Door deze drie leerkrachten is voor verreweg het grootste deel van den
schooltijd gebroken met het klassikale stelsel. (…) De oefeningen die de
kinderen verkrijgen in het willekeurig richten van hun aandacht op bepaalde
werkzaamheden, acht ik voor zwakzinnigen van het allergrootste belang. Alle
hulpmiddelen, die deze oefening bevorderen, moeten op de scholen voor
buitengewoon onderwijs worden toegepast. De ver doorgevoerde individualisatie van het onderwijs acht ik een
maatregel, die om deze reden voor het onderwijs aan verstandelijk minderwaardigen niet hoog genoeg kan worden geschat‘.
(Waszink, 1927, 256).

Schoolgebouw Griftstraat - 1933.
De Griftstraat

Schoolteam van de Griftstraat. Rechts Hermen J. Jacobs.
Vanaf 1933 is Hermen J. Jacobs hoofd van de B.L.O.-school aan de Griftstraat in Den Haag.
Hij zou aan deze school hoofd blijven tot aan zijn pensioennering in 1947.
Zijn school was voorlopig de laatste BLO-school die gesticht zou worden.
Hermen J. Jacobs was sterk sociaal bewogen. Hij zag hoe vele kinderen in
armoede opgroeiden en hoe weinig kansen ze kregen. Juist voor die kinderen wilde hij
onderwijzer zijn en meer dan dat. Hij wilde de leerlingen zoveel mogelijk praktische
vaardigheden en kennis bij brengen via het zaakonderwijs. Daarbij hoorde met name
ook de omgeving, de ´natuur´ bij. Hij was een onderwijzer die zich met hart en ziel
aangetrokken voelde tot de kinderen die mentaal en sociaal in de knoei zaten.
‘Wat Hermen J. Jacobs en velen met hem aantrok in het buitengewoon onderwijs was
de zorg voor kinderen in achterstandsituaties.
Het ideaal was hen van de straat te houden door hun praktijkgericht onderwijs te geven.‘ (Menkveld, 1989, 11).
Hermen J. Jacobs hechtte groot belang aan zaakonderwijs. Handenarbeid nam een
belangrijke plaats in. Hij organiseerde ook schoolreizen naar allerhande
interessante plaatsen. In 1918 ging hij al met zijn klas vier weken naar Sunny Home
te Ede. Voor die tijd was dat heel ongewoon.
Hermen met zijn klas naar Sunny Home te Ede.
Als kwekeling maakte hij al lange fietstochten en maakte hij in Duitsland kennis met de jeugdherbergen. Hij introduceerde de mogelijkheden van de jeugdherberg in Nederland. In 1930 schrijft Hermen J. Jacobs een artikel Iets over Jeugdherbergen. Hij propageert de jeugdherbergen eveneens om de ‘schoolreisjes’ uit te kunnen breiden met een overnachting. ‘Nu de tijd weer is aangebroken, dat op verschillende scholen plannen worden gemaakt voor schoolreisjes naar de mooiste streken van ons land, willen wij nog eens wijzen op de eenvoudige en goedkope gelegenheid, die de jeugdherbergen bieden voor de meerdaagse uitstapjes.’ (Jacobs, 1931, 112).
De jeugdherberg centrale
Op zijn voorstel wordt de Vereniging van Onderwijzers en Artsen lid van de Nederlandsche Jeugdherbergcentrale. En Hermen J. Jacobs schrijft er in het tijdschrift van de vereniging regelmatig over: ‘Arme misdeelde kinderen die hun zorgelike jeugd doorbrengen in meer of minder krottige woningen, die hun speeltijd verdoen in morsige sloppen of op karige zandhopen, die bij het “straat maken” of bij een bouwerij tijdelik worden opgeworpen, voor wie de vakanties geen biezonder pretje hebben, eens enige dagen naar buiten te brengen, naar hei of bos, naar zonneschijn en ruimte, is dat niet net iets voor ons?’ (Jacobs, 1932,107).

Picknick tijdens de fietstocht met de meisjes van de Avond Nijverheidsschool.
's-Gravenhage - Driebergen - Nijmegen. Ca. 1930.
De school was voor Hermen J. Jacobs geen eiland, maar een leefgemeenschap. Van
onderwijzers verwachtte hij dat ze zich zouden inzetten voor de leerlingen en hun milieu.
‘Volgens Jacobs is het de taak van ieder onderwijzer om tot herstel van het
gewone leven te komen van kinderen en hun ouders’. (Menkveld, 1989, 14).
In 1947 gaat hij met pensioen en neemt hij afscheid van zijn school aan de
Griftstraat. Dr. A. Van Voorthuijsen schrijft hem een briefje. Zelf kan Van
Voorthuijsen vanwege zijn leeftijd niet meer komen. Hij schrijft: ‘Waarde Heer Jacobs.
Vandaag is het een dag, waarop u wegens de voorschriften de school moet verlaten.
Het eigenlijke afscheid komt later, maar ik gevoel toch behoefte u te tonen, dat
ik heden aan u denk en dat ik door mijn hoofd laat gaan, wat u tot nu toe
geweest zijt voor het b.o. en wat ik persoonlijk van u aan steun en aan vriendschap heb mogen ondervinden.
Vooral de laatste jaren hebben wij elkaar veel ontmoet en veel problemen doorgepraat.
Verschil van mening hebben we niet gehad….’

Hermen J. Jacobs neemt afscheid als hoofd van zijn school, maar hij zal onder
meer actief blijven in de Uitgeverij Haga, de Stichting voor Buitengewoon Onderwijs,
de Vereniging Zorg voor het Achterlijke Kind, de vereniging dr. Schroeder van der Kolk,
de Centrale Vereeniging voor Gezondheidskolonies voor Zwakzinnigen, de
Vereniging voor Onderwijzers en Artsen en als eindredacteur van het Tijdschrift voor Buitengewoon onderwijs.
BRONNEN:
Brandsma, J.G. (2013). Hermen J. Jacobs, pionier en strijdmakker binnen het buitengewoon onderwijs. Amersfoort: Agiel.
Brandsma, J.G. (2013). Hermen J. Jacobs (1887-1976). Tijdschrift voor Orthopedagogiek,52; c 604-617.
Jacobs, Hermen J. (1931). Ingezonden. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs,12; 112.
Jacobs, Hermen J. (1932). Net iets voor ons. Tijdschrift voor Buitengewoon Onderwijs,13; 107-108.
Menkveld, H. (1989). In het voerspoor. Zeist: Stichting Hermen J. Jacobsfonds
Visser, J.Th. (1923). Verslag van den staat van het onderwijs in het Koninkrijk der Nederlanden over 1918-1919 -deel 2- lager onderwijs. ’s Gravenhage: Algemene landsdrukkerij.
Waszink, M.A.M. (1927). Verslag van den staat van het onderwijs in het Koninkrijk der Nederlanden over 1926-1927 -deel 2- lager onderwijs. ’s Gravenhage:
Algemene landsdrukkerij.
Suriname
Tijdens de opleiding had Hermen J. Jacobs kennis gemaakt met de ideeën en de praktijk van Jan Ligthart. Het contact met Jan Ligthart bleef in de Surinaamse periode voortbestaan. Hermen J. Jacobs stuurde aan Jan Ligthart onder andere foto’s van de bewoners, en Jan Ligthart schreef dan een bedankje terug.
27-4-‘12
Beste Herm
Gisteren bracht Jaap ons het pakje brieven met de groeten van Hermen Jacobs. Voor beide vriendelijk dank. De kaarten heb ik al eenige malen bezichtigd. Het inboorlingen-type dunkt me zoo gezien niet mooi. Maar dan toch altijd nog mooier in eigen dracht, dan in Eur. kleeding.
En wat zeg je ervan, dat Jaap weer in dienstbetrekking komt ? Oude liefde. Samen hart. gegroet, ook de fam. Nawjn, van je toegen. toegen.
Jan L.

De Suriname reis
Hermen J. Jacobs had op de opleiding tot onderwijzer Jo Brands leren kennen. Zij was eveneens lid van de Haagse Kwekelingen Geheelonthoudersbond.
Zij maakten trouwplannen en op 13 september trouwt Hermen J. Jacobs met zijn vroegere studiegenote Jo Brands. Hermen kwam in het jaar voordat hij in het huwelijk trad in contact met schoolhoofd TJ. Nawijn. De heer Nawijn was in Nederland op zoek naar een geschikte kandidaat voor onderwijzer aan de Emmaschool in Paramaribo. En die vond hij in de persoon van Hermen J. Jacobs.
Van het gemeentebestuur had Hermen buitengewoon verlof gekregen en de Minister van Koloniën had hem benoemd aan de Emmaschool te Paramaribo.
De dag na zijn huwelijk schepen Hermen J. Jacobs met zijn bruid zich in op de Prins Maurits en vertrekt het jonge echtpaar naar Suriname. Aan boord gaf hij Engelse les aan de soldaten die naar Suriname gingen.

Tj. Nawijn Hoofd van de Emmaschool in Suriname.
De koningin Emmaschool was een school in de hoofdstad van Suriname, Paramaribo.
Er had recentelijk een reorganisatie plaats gevonden en de resultaten waren bevredigend.
Het kon als voorbeeld dienen voor andere scholen. Hermen J. Jacobs
gaf ook les aan de onderwijzers en onderwijzeressen in handenarbeid. Hij had zich met name
gespecialiseerd in de nog onbekende
Zweedse handenarbeid methode Slöjd.
De leesboekjes

Schutblad van het aardijkskundig leesboek voor Suriname, uitgegeven door Wolters te Groningen (1916).
Er was in 1909, nadat het Koloniaal Museum was ontbonden, in de Emmaschool een ‘schoolmuseum met
leeszaal’ ingericht. Begin twintigste eeuw kende Suriname een rijk geschakeerde bevolking.
Contractarbeiders maakten daar een groot deel van uit. Voor hen waren ‘eigen’ scholen
ingericht. Hermen zag dat het onderwijs niet voldeed aan zijn idealen. De lesstof stond ver van zijn leerlingen af.
‘In Suriname aangekomen las hij in de schoolboekjes dat De Rijn bij Lobith in ons land komt en dat mijn zusje
blond haar heeft en blauwe ogen.’(Jacobs, 1996, 4).
De inhoud van het leesboek was ontleend aan de werkelijk omgeving: versjes en schetsen uit het
plantageleven en de folklore (o.a. Anansitori’s). En een recensie over deze leesboekjes vermeldt:
‘Een stap in de goede richting was gezet: Dien kant moet het uit; leesstof aan eigen omgeving ontleend.’ (In: Van Kempen, 2006, 281).
Het eerste deeltje van Uit onze omgeving werd ook positief ontvangen en gewaardeerd.
Het tijdschrift Neerlandia schreef ’Uit onze omgeving’ is de titel van een leesboekje voor
Surinaamsche scholen, door de heeren Hermen J. Jacobs (oud-onderwijzer te Paramaribo) en Julius W. Lobato, (Hoofd van de
Emma-school te Paramaribo) voor het derde leerjaar bestemd. Een gelukkige gedachte der schrijvers om het Surinaamsche kind leesstof
te geven aan zijne omgeving ontleend.
Reeds lang bestond hieraan groote behoefte, daar de in gebruik zijnde leesboeken, voor de Hollandsche
jeugd geschreven, niet zelden geheel ongeschikt bleken voor de scholen aldaar. De tekenaar Jan Sühl
heeft het boekje van aardige duidelijke plaatjes voorzien, die de jeugdige lezers onmiddellijk verplaatsen in het land
waarvoor dit goed uitgevoerde leesboekje is bestemd. Een 2e deeltje is - naar wij vernemen - al reeds ter
perse.’(Neerlandia, 1917).

Maatschappijkritiek
Naast het ontwikkelen van eigen lees- en taalmethodes aarzelt Hermen J. Jacobs ook niet om ´misstanden´ aan de kaak te stellen. Zo schrijft hij in de plaatselijke krant over ´Kinderslavernij in Suriname´ (Jacobs, 1916, 142-148).
In Suriname kende men de zogenaamde ´kweekjes´. Een kweekje was een pleegkind, doorgaans een negermeisje van de plantage, dat in huis werd genomen om daar allerhande werkzaamheden te verrichten. Jacobs gebruikte hier de term ´kinderslavernij´ voor. In de Vaststelling van de koloniale huishoudelijke begrooting van Suriname voor 1918 wordt hier als volgt op teruggekomen: ´In de Vragen van den Dag van Februari 1916 heeft de heer Jacobs, een bekend schrijver over Surinaamsche toestanden, geschreven over “kweekjes”, d.z. kinderen, die door de moeders worden afgestaan aan vreemdelingen, die hen dan exploiteren, en wanneer men dat artikel leest, moet men erkennen, dat de heer Jacobs te recht de uitdrukking “kinderslavernij” bezigt.`(1918, 2). Het schrijven van Hermen leidt er uiteindelijk toe dat er een onderzoek wordt ingesteld naar de ´opvoeding en verzorging der kweekjes´.
Later schrijft hij met oud-collega te Paramaribo Fred Oudschans Dentz, de atlas Onze West in beeld en woord. Deze atlas wordt in 1917 uitgegeven door J.H. de Bussy te Amsterdam. Van Suriname zijn 121 afbeeldingen opgenomen met verklarende tekst, behandelend Paramaribo, de bevolking, cultures, plantages, districten en de verschillende bevolkingsgroepen.
Uit de beschrijvingen en de duidelijk toelichting bij de platen blijkt dat de schrijvers de
omgeving die zij beschrijven terdege kennen. Deze atlas was ‘een platenalbum voor het
huisgezin en ten gebruike bij het onderwijs aan gymnasia, hoogere burgerscholen, kweek-,
normaal- en andere scholen.’(Oudschans en Jacobs, 1917, 2).
Ook na zijn terugkeer naar Nederland bleef hij de volle aandacht voor Suriname houden. Zo blijkt
uit een bericht uit Neerlandia. Daar wordt vermeld: ‘Bij de lessen met lichtbeelden, die door
de Haagsche Commissie van lichtbeelden voor onderwijs, in de school aan de Van Dijckstraat
te 's-Gravenhage in Mei zijn gegeven, is eene bespreking gehouden over Suriname door den
heer Hermen J. Jacobs (oud-hoofd van de Emma-school in Paramaribo).’(Neerlandia, 1917).

>





